De afvalstoffenproblematiek behoort tot één van de belangrijkste problemen in Europa. De eerste Europese richtlijnen op dit terrein dateren uit de periode 1975-1976. Een belangrijkeontwikkeling was het tot stand komen van een basisrichtlijn (Richtlijn 91/156/EEG) met eenduidelijkere Europese definitie van het begrip 'afvalstof'. Deze luidt als volgt: elke stof of elkvoorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moetontdoen. Deze definitie werd aangevuld met een uniforme Europese classificatie van deafvalstoffen (Europese Afvalcatalogus) (Beschikking 93/3/EG). Sinds 1 januari 2002, zijn debestaande Europese afvalstoffenlijsten, Europese Afvalcatalogus (EAC) en Hazardous wasteList (HWL) vervangen door de Europese Afvalstoffen Lijst (EURAL). De EURALharmoniseert de indeling van afvalstoffen en de aanduiding van gevaarlijke stoffen in deverschillende lidstaten.In België is het afvalstoffenbeleid een regionale aangelegenheid (Decreet 2/07/1981, Decreet27/06/1996, Ordonnantie 7/03/1991). De Vlaamse en Waalse Regering hebben de EuropeseAfvalstoffencatalogus overgenomen.Voor gevaarlijke afvalstoffen is er een specifieke Europese richtlijn (91/689/EEG) die beoogtdat in vergelijking tot de niet-gevaarlijke afvalstoffen, er een striktere controle wordtdoorgevoerd (inzake identificatie en registratie, scheiding, verwijdering, verpakking, opslagen vervoer, optreden in nood- en gevaarsituaties).In dit document beperkt men zich tot afval afkomstig van ingeperkt gebruik met genetischgemodificeerde organismen (GGO) en/of pathogenen. Dit afval valt onder de rubriekgevaarlijk afval. Zoals in de Regionale Besluiten (Besluit 8/11/2001, Besluit 6/02/2004,Besluit 4/07/2002) beschreven staat, moet biologisch afval en/of biologische residu's(besmette kadavers, uitwerpselen*, strooisel*, besmette planten, besmette substraten e.d.),alsook besmet materiaal (glaswerk, kooien e.d.) afkomstig van laboratoria, animalaria en/ofserres en kweekkamers, een gevalideerde inactivering ondergaan volgens een geschiktemethode vóór verwijdering. Deze inactivering is vereist, ongeacht de risicoklasse van hetGGO of het pathogeen en ongeacht het risiconiveau/risicoklasse van het ingeperkt gebruik.Een ongepaste behandeling en/of uiteindelijke verwijdering kunnen leiden tot negatievegevolgen voor de volksgezondheid en het leefmilieu.Dit document geeft een overzicht van de inactivatie- en decontaminatiemethoden, alsookvalideringswijzen.